Mimesis en Begeerte

 

Mimesis

Aan de term mimesis - 'nabootsing, imitatie' - heeft Girard een nieuwe dimensie gegeven. Traditioneel wordt mimesis vaak min of meer gelijkgesteld met representatie, maar bij hem is het een mechanisme, dat patronen van actie en interactie genereert. Mimesis vormt onze persoonlijkheid en is van invloed op geloofsvoorstellingen, attitudes, symbolische vormen, culturele praktijken en instituties.


Imitatie van een ander

Centraal is de nauwe band tussen mimesis en le désir - 'begeerte, verlangen'. Mensen ontwikkelen hun begeerten doordat zij anderen nabootsen in het zich toe-eigenen van objecten. Zij imiteren elkaar in hun verlangens daarnaar: via de begeerte van een ander zetten ze hun zinnen ergens op. Mimetische begeerte is te onderscheiden van het biologische appétit - 'behoefte, trek, lust'. Zin in seks en behoefte aan voedsel zijn nog geen begeerten: dat worden ze pas door imitatie van een voorbeeld of model. Wij begeren niet spontaan, maar via een ander, die reeds vóór ons bezit of begeert. 


Kinderen

Het mimetische gedrag begint in een mensenleven al zeer vroeg. Dat weten we sinds de ontdekking van spiegelneuronen, hersencellen die niet alleen geactiveerd zijn wanneer een subject een bepaalde beweging uitvoert, maar ook als hij diezelfde beweging bij iemand anders observeert. Willen kinderen die met poppen, blokken of autootjes spelen vaak niet juist dat hebben waar de ander net mee bezig is? Soms hebben ze de belangstelling voor stukken van hun eigen speelgoed totaal verloren, maar op het moment dat een vriendje naar een zelden gebruikt stukje Lego grijpt, herleeft de belangstelling ervoor. Zij verschillen daarin niet van de romanfiguur Swann uit de romancyclus À la recherche du temps perdu van Marcel Proust (1871 - 1921). Swanns liefde voor Odette wordt immers gevoed door de belangstelling voor haar van een ander. Mensen hebben de begeerte van een ander nodig om er zeker van te zijn dat wat ze begeren, ook inderdaad de moeite van het begeren waard is.

Romantische leugen

In Girards gedachtegang ligt mimesis aan de basis van onze cultuur. De 'romantische leugen' waar de titel van zijn eerste boek op doelt, is dat wij menen authentiek te zijn. Een illusie, want wat ons drijft, is bemiddeld. Dat kan een bemiddeling van buitenaf zijn: iemand heeft een romanfiguur als model, is fan van een zanger. Het kan ook iemand in de directe omgeving betreffen: iemand tegen wie we opkijken. Grote literaire werken laten ons deze processen zien, waarmee ze de 'romaneske waarheid' onthullen. In de roman van Cervantes (1547 - 1616) leeft Don Quichot niet vanuit zichzelf, maar vanuit de nabootsing van zijn model: de ridder Amadis de Gaula. Hij kijkt naar zijn omgeving met de blik van deze Amadis en ziet dingen die er voor de mensen in zijn omgeving niet zijn.


Dubbele driehoek

Het overspelige koppel Paolo en Francesca, dat Dante (1265 - 1321) in de tweede hellekring van zijn Inferno situeert, lazen in een roman van Chrétien de Troyes over het overspel van ridder Lancelot en koningin Ginevra. Daardoor vlamde ook tussen hen de passie op. Sinds de negentiende eeuw ligt de nadruk op de spontaneïteit van hun liefde, waarmee ze menselijke en goddelijke wetten zouden getrotseerd hebben. Maar als we terugkeren naar het eerste begin van hun liefde, zoals Francesca zelf vertelt aan de ik-figuur van het dichtwerk (Canto 5: 121-38), dan lezen we dat de eerste kus van de geliefden die van hun modellen navolgt. Francesca zegt het zelf aan het einde van haar verhaal: "Het boek en degene die het schreef bracht ons tot elkaar / die dag lazen wij niet verder." Door de nadruk die in de romantische traditie op het laatste vers werd gelegd, raakte het nabootsende karakter van de liefde verdoezeld.

Een voorbeeld uit recenter Nederlands proza is te vinden in Hedonia (1984) van Kees van Kooten. De hoofdpersoon in dit boek raakt bezeten van de gedachte dat zijn vrouw een verhouding zal krijgen met de man die ze in New York moet gaan interviewen: de filmregisseur en komiek Woody Allen, in zekere zin een rivaal, maar ook een model. De begeerte naar haar wordt daardoor steeds sterker.

Culturele overdracht

Mimesis heeft niet alleen ontregelende effecten, die leiden tot rivaliteit en chaos, maar maakt ook culturele overdracht mogelijk. De mimetische begeerte onderscheidt ons van dieren en stelt ons in staat een eigen identiteit te construeren en dingen te leren die we nodig hebben om middels aanpassing deel te nemen aan onze cultuur. Hoewel 'slechte' mimesis in het werk van Girard een prominente plaats inneemt, is er ook 'goede' mimesis, zonder welke geen onderwijs, culturele tradities of vreedzame betrekkingen mogelijk zouden zijn. Negen op de tien keer leidt culturele imitatie niet tot rivaliteit. Als ik iemands taal naboots, zijn manier van doen, dezelfde boeken als hij lees, dan zijn dat gedragingen die deelbaar zijn. Er ontstaan spanningen en conflicten wanneer het begeerde ondeelbaar is.

 

Lees verder