Rob Gast

In de novelle van Vonne van der Meer Ik verbind U door staat op pag. 48 de kortste zin en ze trof me buitengewoon: “Het eeuwige vergelijken.” Twee mensen ontmoeten elkaar weer eens en “Na al die jaren was het er nog steeds: jij wel, ik niet.” Die zin werkte als een spiegel. Spontane "pop-ups" in mijn gedachten vergelijken me continu met anderen. En natuurlijk, alles in het leven heb ik opgestoken door het nadoen van anderen.

Maar als het leren van een ander gebeurd is gaat het vergelijken over in begeren. Dan wordt het reikhalzend uitzien naar wat de ander heeft, of wat hij/zij doet. Of zelfs wie hij is. En ik ʻbegrijpʼ nu ook dat het mijn brein is, die me dit kunstje flikt. De spiegelneuronen! Of is het toch mijn eigen besluit: leren of begeren?

Verlangen eist om vervuld worden. Onvervulde gretigheid roept agressie op, vooral als een ander daar de schuld van lijkt te zijn. En die geweldsemotie gaat op zoek naar een adres, een doel. Dat doel is dan meestal een makkelijk gevonden zondebok, die niet veel terug kan doen. Zo is het altijd gegaan. De Mimetische Theorie van René Girard hielp me bij het verwerven van inzicht in deze zo natuurlijke cascade van gebeurtenissen.