Els Launspach

René Girard kwam heel toevallig mijn leven binnen, omdat ik in het magazijn van de plaatselijke bibliotheek naar een boek over Shakespeare zocht. Ik weet allang niet meer welke studie ik uit de catalogus had geselecteerd, en op de aangegeven plek was die niet te vinden, maar wat er wel stond was: Het Schouwspel van de Afgunst (Theatre of Envy). De betekenis van deze titel kon ik in verband met Shakespeare niet plaatsen. Uit pure nieuwsgierigheid nam ik het boek mee en begon te lezen.

Dat bleek niet eenvoudig, door Girards taalgebruik en de merkwaardige begrippen die hij bekend veronderstelt. Ik was gegrepen door datgene wat ik niet begreep, en moest me daarom eerst verdiepen in zijn algemene werk, de mimetische theorie. Zo kwam ik in het spoor dat me nu al jaren boeit, want uit Girards toepassingen op mijn tweede onderzoeksterrein, de Griekse tragedie, kwamen eveneens onthullingen voort. Vragen waar ik al heel lang mee rondliep, werden onverwacht beantwoord.

Deze fascinatie heeft me niet meer losgelaten. Ik vertel erover, werk ermee en denk erover. Soms vallen de vragen en inzichten ook in mijn lessen aan de Amsterdamse Hogeschool van de Kunsten (theater) op hun plaats. Mijn studenten en ik hebben de Griekse tragedie dit jaar niet alleen dramaturgisch en historisch, maar ook filosofisch en mimetisch bestudeerd. Dat leverde boeiende discussies op, levensvragen zelfs. Toen we overstapten naar Shakespeare hebben we onze focus hierop gehandhaafd. Er ligt ongeveer veertig jaar tussen ons in. Toch werden we er op dezelfde manier door geraakt.