Berry Vorstenbosch

De mimetische theorie is een denkwereld waaraan ik me heb overgegeven. Ooit was ik op zoek naar een adequate uitdrukking voor een verschijnsel dat te maken had met status, prestige, rivaliteit, kuddegedrag, trots of ijdelheid – iets dat essentieel is in het intermenselijke verkeer, en iets dat tegelijkertijd in veel vormen van filosofische of wetenschappelijke reflectie lijkt te ontbreken.

Het is niet zo dat ik de mimetische theorie onmiddellijk heb omhelsd als het perfecte antwoord op al mijn vragen. Ik zie het werk van René Girard als pionierswerk waarop nog talloze aanvullingen en nuances mogelijk zijn. Maar wel was vanaf het begin af aan duidelijk dat deze theorie de hierboven genoemde thema’s zeer serieus nam.

De mimetisch theorie zet aan tot zelfreflectie, ze stelt je vragen over de ijdelheid, de hang naar status, het kuddegedrag – niet alleen van anderen – maar ook van jezelf. Langs deze weg sluit ze ook aan bij mijn christelijke geloof.

Het netto effect van kiezen voor de mimetische theorie is voor mij dat het woord “mimetisch” onderdeel is geworden van mijn alledaagse taalgebruik. Met name onder andere geïnteresseerden in het werk van Girard lijkt het alsof dit woord met haar enorme zeggingskracht er altijd al geweest is.