Conflict en Crisis

De mimetische theorie stelt dat naarmate de rivaliteit tussen mensen toeneemt, hun onderlinge verschillen wegvallen. Rivalen gaan steeds meer op elkaar lijken doordat hun verlangens als het ware gelijkgeschakeld worden en onderlinge grenzen vervagen. Zo worden ze, naarmate de rivaliteit verhevigt, als het ware dubbelgangers of tweelingen van elkaar, die elkaar steeds harder bestrijden. Elke rivaal wordt voor de ander het tegelijk vereerde en verfoeide model-obstakel, iemand die men enerzijds de baas moet worden en anderzijds in zich op moet nemen.

Voorbeeld: Eteocles en Polyneices

In Euripides' Phoenicische vrouwen is er een conflict tussen de twee zonen van Oedipus, Eteocles en Polyneices. Als de strijd escaleert, beginnen ze steeds meer op elkaar te lijken, zodat ze voor anderen nauwelijks meer te onderscheiden zijn. Door de steeds kleiner worden verschillen te benadrukken, menen ze echter zelf enorm verschillend te zijn. Het loopt erop uit dat tegelijk sterven, door in elkaars zwaard te vallen.

Besmettelijk

Rivaliteit is besmettelijk. Als de nivellering zich voltrekt als een om zich heen grijpende besmet­ting, kan er een moment komen waarop iedereen met iedereen begint te vechten. Kijk naar het ontstaan van gevechten in een publieke ruimte. Iemand krijgt ruzie met een ander en begint na het uitwisselen van verbale agressie te vechten. Een ander steunt hem, waarop ook de tegenpartij een secondant krijgt, die weer een ander aanzet tot partij kiezen. Nooit lijken mensen zozeer op elkaar als wanneer ze vechten. Op het laatst is er één grote vechtende kluwen – waaraan soms een einde komt doordat iemand een mes trekt en een ander (dodelijk) verwondt.

Mimetische crisis

Bij uitbreiding van de rivaliteit naar steeds meer mensen komt het tot een 'mimetische crisis', het gevolg van een onbeheersbaar geworden rivaliteit in de samenleving. Iedereen wil hebben wat de ander heeft, elk staat een ander naar het leven, in het ergste geval dreigt destructie van de samenleving.